Van maakindustrie tot de circulaire economie: de plannen in de verkiezingsprogramma’s voor bedrijventerreinen en ruimte voor werk variëren van haalbaar tot ronduit onrealistisch. Wat werkt wel, wat niet en wat is absurd? We vroegen het aan drie experts.

‘De thema’s ruimtelijke economie en ruimte voor werk komen er in de verkiezingsprogramma’s nogal bekaaid vanaf,’ zegt Jorn Koelemaij van Platform31. ‘Aan de ruimtelijke implicaties van economische keuzes wordt niet of nauwelijks serieuze aandacht besteed.’ 

Ook Bernardina Borra, onderzoeker aan de HvA en lid van de Coalitie Ruimte voor Werk, is kritisch. Ze benadrukt dat het om verkiezingsprogramma’s gaat, die bedoeld zijn om kiezers aan te spreken en niet alles tot in detail kunnen uitwerken. Tegelijk constateert ze dat veel partijen blijven steken in kortetermijnmaatregelen. ‘Het groeimodel leeft nog heel erg: geld geeft geld.’

Frank Hazeleger, directeur OMU en bestuurslid van de SKBN, ziet hetzelfde patroon. ‘Het woord bedrijventerreinen komt nog steeds vrijwel nergens voor in de genoemde partijprogramma’s, en dus zeker niet evenredig met het huidige ruimtebeslag (2,5 procent) en het economische verdienvermogen van Nederland.’

Volgens Hazeleger geldt dat ook voor de term ontwikkelingsmaatschappij. ‘Het aspect “beter benutten” komt wel in meerdere programma’s voor, maar dan met name vanuit mobiliteit en de gebouwde omgeving in het algemeen.'

Oplossing woningtekort

'Op bedrijventerreinen is dat veelal ingestoken vanuit duurzaamheid. Als bedrijventerreinen al worden genoemd, is het als oplossing voor het woningtekort, zoals middels transformatie bij GroenLinks-PvdA.’

Ook de herstructurering van bedrijventerreinen ontbreekt vrijwel overal. ‘Hoewel nagenoeg alle partijen het mkb een warm hart toedragen, krijgt het beter benutten van de ruimte op bedrijventerreinen nergens echt prioriteit.'

'Alleen de VVD benoemt dat woningbouw hand in hand moet gaan met de ontwikkeling van werklocaties, en dat de verdwijning van bedrijventerrein elders gecompenseerd moet worden', aldus Koelemaij.

Ruimte toekomstbestendig werk

Het is niet allemaal kommer en kwel, zegt Koelemaij. ‘GL-PvdA wil ruimte creëren voor toekomstbestendig werk en bedrijvigheid, ten koste van grootvervuilers die niet tijdig verduurzamen.' 

Hazeleger benoemt ook een ander actueel punt: ‘Natuurlijk bij alle partijen veel aandacht voor de ruimtebehoefte voor defensie.’

‘D66 benoemt specifiek de halfgeleiderindustrie’, zegt Hazeleger. ‘En partijen willen soms industrieclusters actief uitbreiden, mits innovatief of duurzaam.’

Borra is ook positief over financiële plannen: ‘Veel partijen stellen relevante budgets beschikbaar voor het ondersteunen van het werk- en bedrijfsvestigingsklimaat. Dat is inclusief het weer binden van onderzoek en/of onderwijs en innovatie aan het bedrijfsleven.’

Toptalentenregeling

Daarnaast worden creatieve ideeën gelanceerd, zoals een toptalentenregeling van de VVD, en het voorstel van D66 om een bewindspersoon voor Technologie en Innovatie aan te stellen, ziet Koelemaij. 'Ook suggereert deze partij een lager BTW-tarief voor reparaties, om zo circulaire ondernemers te stimuleren.'

Koelemaij wijst verder op plannen van het CDA voor een standaard bedrijfseffectrapportage en experimenteerruimte voor nieuwe technologieën. 'Verder wil het CDA zowel bedrijveninvesteringszones (BIZ) als energiehubs op bedrijventerreinen eenvoudiger maken.’

Hij benoemt ook het voorstel van de SP voor een Innovatiewet die automatisering moet versnellen en daarmee de krapte op de arbeidsmarkt moet verlichten.

'De VVD kondigt aan de aanpak van Project Beethoven in Eindhoven toe te passen op andere plaatsen', zegt Koelemaij. 'Weliswaar zonder verdere concretisering.'

Bekende denkwijzen

Toch blijven veel plannen steken in bekende denkwijzen, stelt Borra. ‘In enkele programma’s is er wel sprake van het betrekken van het bedrijfsleven bij maatschappelijke opgaven, maar het wordt vooral als een financieel vraagstuk gezien waarin publiek geld kan worden ingepompt.’

‘Dat klopt deels, maar er zijn ook vele technische, ruimtelijke en juridische aspecten die niet worden beschouwd. Klimaatbestendigheid, netcongestie en circulaire economie moeten als een nieuw type economie worden aangepakt, radicaal verweven met deze opgaven. Daarvoor is een nieuwe mentaliteit en directe aanpak nodig.’

Borra besluit: ‘Werk ondergaat een enorme transitie. Ai, robotisering en de circulaire economie versnellen elkaar. Zelfs binnen één kabinetsperiode kan veel veranderen. We moeten onze economie daarop aanpassen. Daarvoor is visie en actie nodig.’ 

bedrijventerrein circulaire economie SKBN netcongestie