Werkruimte verdwijnt steeds vaker uit de stad door de nadruk op woningbouw. Het ontwerpend onderzoek ‘Legenda van het Werken’ laat zien hoe werk een volwaardige plek kan behouden in gebiedsontwikkeling. ‘Werken is te vaak onderbelicht’, zeggen Frits Erdmann (Urhahn stedenbouw & strategie) en Miles Copping (Bureau Buiten), die beide spreken tijdens de deelsessie Ruimte voor werk in de stad tijdens het BT Event. 

Neem deel aan de BT-event deelsessie: Legenda van het werken in de stad
Tijdens het komende BT-event willen Frits Erdmann (Urhahn) en Miles Copping (Bureau Buiten) tijdens de deelsessie Ruimte voor werk in de stad vooral de dialoog zoeken met de deelnemers aan deze sessie. 'We kunnen op dit onderwerp alleen verder met elkaar komen door kennis met elkaar te delen’, zegt Erdmann. Copping op zijn beurt benadrukt het belang van een bredere blik: ‘Kijk ook naar innovatieve werkvormen en hoe die kunnen bijdragen aan het functioneren van een gebied. Als we nu niet handelen, ondermijnen we de motor van ons verdienvermogen.’

'Een rijk en gedifferentieerd aanbod aan werkfuncties zorgt voor een levendige en economisch vitale stad', stelt stedenbouwkundige Frits Erdmann. 'Toch staat de ruimte voor werk onder druk. Daarom zijn we dit ontwerpend onderzoek gestart met Bureau Buiten.' 

Doel van het onderzoek is om stadsmakers, ontwikkelaars en ontwerpers inzicht te geven in de diversiteit aan werkgebieden en de condities waaronder die kunnen floreren.  

'Er is volop aandacht voor wonen, vaak ten koste van werken. Dat baart ons zorgen. Werk houdt de samenleving draaiende, ook de minder aaibare sectoren als logistiek en industrie', aldus Copping. 

Werk als vertrekpunt  

De onderzoekers pleiten voor een perspectiefwisseling: werk als vertrekpunt in plaats van sluitstuk. 'Werken wordt vaak gereduceerd tot kantoor, winkel of bedrijfshal', zegt Erdmann. 'Maar werk manifesteert zich in allerlei vormen, van werkplinten en atelierwoningen tot flexplekken op stations en monofunctionele hallen.' 

'Werken wordt te vaak gereduceerd tot kantoor, winkel of bedrijfshal'

Deze variatie is vastgelegd in een catalogus. 'Die nodigt uit om breder te denken over de gewenste werkvormen in de stad', aldus Erdmann.  

Copping vult aan: 'Nieuwe werkvormen vragen ook om ruimtelijke aanpassing. Denk aan de groei van thuis- en flexibel werken. Dat genereert behoefte aan kleinschalige werkplekken dicht bij huis.' 

De catalogus toont een brede reeks werkvormen, van het 'voorhuis' tot het klassieke bedrijventerrein met meerlaagse productie. 'We pretenderen niet compleet te zijn', zegt Erdmann, 'maar bieden een aanzet om het gesprek over werkruimte in de stad te structureren.' 

Hij noemt de stedelijke IKEA-citymall in Wenen (foto) als voorbeeld. 'Zo'n meerlaagse retailvorm sluit aan op de 15-minutenstad. Ook in Nederland ontstaan stadsbouwmarkten en andere binnenstedelijke werkvormen die bewijzen dat werk ruimte kan vinden in compacte omgevingen.'

Het mengen van wonen en werken blijft complex, erkent Copping. In de Haagse Binckhorst stranden initiatieven op geluidsoverlast en netaansluitingen. 'Energievoorziening voor werk vergt zwaardere infrastructuur dan voor wonen. Toch is het noodzakelijk om ook in wijken ruimte voor werk te maken.' 

Erdmann benadrukt dat het onderzoek ook een pleidooi is om verder te kijken dan de bekende werklocaties. 'Juist in wijken en zelfs in het landelijk gebied liggen kansen voor werkruimte, mits goed ingepast. Beperk je niet tot monofunctionele terreinen.' 

Verdichten en stapelen 

De ruimtedruk en transities naar een circulaire economie vragen om andere vormen van werkruimte. 'Logistiek is niet populair, maar wel noodzakelijk', zegt Copping. 'Verdichting is soms onvermijdelijk. In Azië zijn distributiecentra van acht lagen gangbaar. In Nederland wordt dat ook realiteit.' 

'Logistiek is niet populair, maar wel noodzakelijk'

Hij verwijst naar een ondernemer in Haarlemmermeer die een tweelaags distributiecentrum bouwt. ‘Dertig procent duurder, maar op termijn noodzakelijk vanwege schaarse grond. Die schaarste dwingt ontwikkelaars tot kwalitatief betere oplossingen.’

Volgens Copping kan werk ook bijdragen aan sociale kwaliteit. 'In Utrecht bouwde een ontwikkelaar een campus met avondprogrammering op een bedrijventerrein. Dat zorgt voor levendigheid en sociale veiligheid. Werken wordt nog te vaak gereduceerd tot overlastfactor, terwijl het ook een impuls kan zijn.' 

Gemeentelijke regie is daarbij cruciaal. 'Niet alle werkvormen mengen goed, en sommige moeten juist worden beschermd', stelt Erdmann. Hij wijst op circulaire bedrijven die gebaat zijn bij milieugebruiksruimte en goede ontsluiting. 'Die zijn essentieel voor transities en verdienen bescherming.' 

Rol voor overheden en markt 

De overheid hoeft de economie niet zelf te realiseren, zegt Copping, 'maar kan wel voorwaarden scheppen. Door geschikte werklandschappen en duidelijke criteria te bieden, kunnen gemeenten en regio's sturen op het soort bedrijvigheid dat ze willen aantrekken.' 

Als voorbeeld noemt hij de regio Hart van Brabant, waar gewerkt is aan een afsprakenkader voor bedrijventerreinen. 'Daar is een economisch toekomstbeeld opgesteld rond human-centered innovation. Voor zulke innovatie zijn specifieke werkomgevingen nodig, met ruimte voor experiment en samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven.' 

Dit artikel verscheen eerder in het oktober-nummer van vakblad BT. Interesse in een abonnement en toegang tot events en het digitale archief? Dat kan ook.

bedrijventerrein werklocaties economie BT Event 2025