De huidige BIZ-wet legt ondernemers te veel administratieve lasten op, schrijft minister Karremans (EZ) in een Kamerbrief. Hij wil de regels versoepelen en de looptijd verlengen, zodat bedrijventerreinen makkelijker kunnen samenwerken aan verduurzaming, energietransitie en andere gezamenlijke opgaven.

Sinds de invoering van de Wet BIZ (Bedrijveninvesteringszone, red) in 2015 – na een experimenteerfase vanaf 2011 – kunnen ondernemers via de gemeente gezamenlijk investeren in hun directe bedrijfsomgeving. Met instemming van een meerderheid komt er een heffing op de aanslag, waarmee wordt gewerkt aan veiligheid, uitstraling en economische vitaliteit op bedrijventerreinen en ook winkelgebieden. Volgens Karremans is de BIZ daarmee een belangrijk instrument voor publiek-private samenwerking.

In de praktijk wringt de regeling. Het opstarten, verlengen en uitvoeren van een BIZ wordt door veel ondernemers ervaren als complex en tijdrovend. Voor iedere periode is een formele procedure nodig, inclusief draagvlakmeting, stemronde en gemeentelijke besluitvorming. Dat vraagt veel voorbereidingstijd en een goed georganiseerde achterban. Door de beperkte looptijd en strikte draagvlakeisen is de huidige wet voor veel ondernemers te bezwarend, constateert de minister.

Regeling wordt nauwelijks benut

Juist op bedrijventerreinen pakt dat slecht uit. Daar is de organisatiegraad vaak laag en ontbreekt de structuur om een BIZ goed van de grond te trekken. Het gevolg is dat de regeling nauwelijks wordt benut: slechts 20 procent van de terreinen is georganiseerd en maar 3,4 procent maakt daadwerkelijk gebruik van een BIZ. Dat staat volgens Karremans haaks op de grote opgaven die op deze terreinen landen, zoals energietransitie, circulariteit en digitalisering.

Die opgaven vragen om collectieve investeringen, bijvoorbeeld in energie-infrastructuur, klimaatadaptieve maatregelen en gedeelde voorzieningen. Belangenorganisaties als VNO-NCW en INretail en meerdere grote gemeenten hebben daarom bij het ministerie aangedrongen op modernisering van de wet, juist om de BIZ beter inzetbaar te maken op bedrijventerreinen.

Looptijd BIZ verlengen

In de Kamerbrief schetst Karremans een aantal aanpassingen die nu worden verkend. Zo wordt gekeken of de maximale looptijd van een BIZ kan worden verlengd van vijf naar tien jaar. Dat moet ruimte bieden voor langjarige investeringen in verduurzaming en tegelijkertijd de administratieve lasten verlagen. Ook onderzoekt het ministerie of een BIZ kan worden voortgezet zonder nieuwe draagvlakmeting zolang de inhoud niet wijzigt. Alleen als meer dan 20 procent van de betrokkenen bezwaar maakt, zou er tussentijds opnieuw naar het draagvlak worden gekeken. Daarnaast kondigt de minister enkele technische verbeteringen van de wet aan.

De verkenning naar het terugdringen van administratieve lasten loopt nog. Het ministerie wil in het eerste kwartaal van 2026 een internetconsultatie over de wetswijziging starten. Samen met gemeenten, provincies en VNO-NCW volgt daarna een communicatiecampagne om de bekendheid van de BIZ te vergroten en praktijklessen uit bestaande zones te delen. Daarbij wordt ook gekeken naar andere lokale financieringsinstrumenten, zoals ondernemersfondsen.

Rijk wil ook participeren

Ook het Rijk zelf wil nadrukkelijker meedoen. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft positief gereageerd op deelname aan een nieuwe BIZ in Rijswijk. Daarmee onderstreept het volgens Karremans dat een BIZ niet alleen een financieel instrument is, maar ook een middel om te werken aan een veilige, schone en duurzame werkomgeving.

Ook plaatst de minister de BIZ in een bredere aanpak voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen werkt in alle provincies aan het verhogen van de organisatiegraad en het stimuleren van collectieve projecten. De jaarlijkse monitor van de SPUK-regeling bedrijfsmatig vastgoed laat al een stijging zien van het aantal ‘georganiseerde’ terreinen. Versoepeling en modernisering van de BIZ moeten die ontwikkeling verder versnellen en meer bedrijventerreinen in positie brengen om gezamenlijk te investeren in hun duurzame toekomst.

Bedrijventerrein werklocaties duurzaamheid Ministerie van Economische Zaken