Slechts 41 van de 3.713 terreinen halen nu al de Paris Proof-norm, terwijl bijna 97 procent nog aanzienlijk boven het gewenste energiegebruik zit. Nederlandse bedrijventerreinen moeten dus nog flink aan de bak om de grote verduurzamingsslag te maken, blijkt uit de nieuwste Paris Proof Ranking van Rienstra Beleidsonderzoek. De top-10 ranking is gebaseerd op een analyse van de meest recente CBS-cijfers en aangescherpte normen van de Dutch Green Building Council (DGBC). 

De vijfde editie van de Paris Proof ranking laat zien dat Nederlandse bedrijventerreinen nog maar mondjesmaat voldoen aan de klimaatambities van het Parijse Klimaatakkoord. De ranking vergelijkt het actuele energiegebruik met de Paris Proof-norm, die neerkomt op een reductie van twee derde ten opzichte van 2015. Volgens onderzoeker Gerlof Rienstra leidt de aangescherpte normering ertoe dat minder bedrijventerreinen ‘Paris Proof’ scoren dan in eerdere jaren.

De uitkomsten zijn gebaseerd op de meest recente CBS-gegevens over het energiegebruik van bedrijven op bedrijventerreinen en de normen van de Dutch Green Building Council (DGBC). Voor het eerst is ook rekening gehouden met zelf opgewekte energie via zon- en windinstallaties op de terreinen zelf. Dat resulteert in een volledigere vergelijking tussen werkelijke prestaties en de norm die in 2050 moet worden gehaald. 

Datacenters blijven achter

Dat betekent niet dat er geen vooruitgang zichtbaar is. In totaal scoren 111 terreinen een index tussen 1 en 3: ze zitten nog boven de norm, maar zouden met stevige inspanningen in 25 jaar tijd het doel kunnen halen. Het overgrote deel zit echter nog ver van de vereiste energieprestaties. Vooral terreinen met zware industrie en datacenters blijven achter, terwijl logistieke terreinen met grote dakoppervlakken juist profiteren van gunstige WEii-scores en grootschalige zonne-energie.

De nieuwe ranking, die tot stand is gekomen samen met SKBN en DGBC en mediabureau ELBA\REC, functioneert als een nulmeting, omdat zowel de dataset van het CBS als de normering van DGBC zijn vernieuwd. Ondanks investeringen in energiezuinige processen, elektrificatie en eigen opwek blijft de opgave enorm. Rienstra wijst erop dat verdere verduurzaming steeds vaker op het terrein zelf moet plaatsvinden, bijvoorbeeld via smart energy hubs, energiecoöperaties en groepstransportovereenkomsten.

De Hurk en Cornelisland voorlopers

Tegelijkertijd brengt het onderzoek een top-10 in beeld van bedrijventerreinen (zie hieronder) die al voldoen aan de norm en een aflopend energiegebruik laten zien. Cornelisland (Ridderkerk), De Hurk (Eindhoven) en Aviation Valley (Beek) behoren tot de voorlopers. Ook is een landelijke top-10 opgesteld van bedrijventerreinen die tussen 2008 en 2024 de meeste duurzame elektriciteit opwekten. Amerkant in Geertruidenberg voert die lijst aan met ruim 3,2 miljoen MWh potentiële jaaropbrengst. 

Volgens Rienstra laat de ranking zien waar Nederland staat, maar vooral hoeveel werk er nog ligt te wachten richting 2040 en 2050. Investeren in de verduurzaming van bedrijventerreinen blijft noodzakelijk, zeker nu netcongestie de energietransitie lokaal steeds complexer maakt.

Top 10 bedrijventerreinen met aflopend energiegebruik (2023–2024) — PP-index expliciet
Cornelisland (Ridderkerk) 26.202 GJ PP 0.76 Haardijk (Hardenberg) 17.839 GJ PP 0.98 Businesspark Aviation Valley (Beek) 16.622 GJ PP 0.79 De Hurk (Eindhoven) 14.129 GJ PP 0.31 Rembrandtlaan (Bilthoven) 7.385 GJ PP 0.85 Businesspark ML/De Berk (Echt) 5.447 GJ PP 0.21 Nieuwe Industriehaven (N) (Harlingen) 4.703 GJ PP 0.22 Airpark Brabant (Budel) 4.463 GJ PP 0.36 Westpoort (Groningen) 4.331 GJ PP 0.65 Bijdorp (Barendrecht) 3.364 GJ PP 0.43 0 5 10 15 20 25 GJ Legenda: Staaf = Energiegebruik (GJ) Tekst rechts = PP_index

Bron: berekeningen Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies (2025)

bedrijventerrein werklocaties energietransitie duurzaamheid