Vlak voor Kerst presenteerde de gemeente Utrecht de Ontwerp Omgevingsvisie voor Lage Weide. Met een investering van bijna 200 miljoen euro zet de gemeente in op de toekomst van haar grootste bedrijventerrein dat ook onderdeel is van de studiereis: ruimte maken voor circulaire bedrijventerreinen begin februari. De visie koppelt economische profilering expliciet aan fysieke ruimte, infrastructuur en de transitie naar een circulaire economie. Daarbij kiest de Domstad voor actieve sturing volgens het principe van juiste bedrijf op de juiste plaats.

Lage Weide moet volgens de gemeente niet alleen blijven functioneren als economisch werklandschap, maar uitgroeien tot een dragende schakel in de circulaire stad.

De Omgevingsvisie positioneert Lage Weide nadrukkelijk als een ‘onmisbare plek in de Utrechtse economie’. Met circa 308 hectare, bijna 900 vestigingen en ruim 19.000 banen is het terrein even groot als alle andere Utrechtse bedrijventerreinen samen. Hier bevinden zich functies die essentieel zijn voor het dagelijks functioneren van de stad: afvalverwerking, energieproductie, logistiek, bouw, reparatie en technische dienstverlening.

Studiereis Circulaire Bedrijventerreinen: versnellen door ruimte te maken
De circulaire economie krijgt op bedrijventerreinen steeds meer vorm, maar een studiereis langs plekken waar circulariteit al concreet wordt toegepast ontbrak nog. Daarom organiseren vakblad BT en SKBN op woensdag 4 en donderdag 5 februari 2026, met support van Buck Consultants International en Fontys, een tweedaagse studiereis langs vooruitstrevende circulaire werklocaties. Het programma voert langs Utrecht, met onder meer de plannen voor circulair bedrijventerrein Strijkviertel, grondstoffendepot Trechterweide op Lage Weide en het Upcycle Centrum in het Werkspoorkwartier, en vervolgens naar Nijmegen (TPN-West), Helmond (BZOB) en Roermond (Willem-Alexanderhaven). Deelnemers zien hoe nieuwe en bestaande terreinen ruimte maken voor circulaire bedrijvigheid: van planvorming en herontwikkeling tot grondstoffenhubs, hergebruik van reststromen en samenwerking tussen ondernemers. Centraal staat de vraag hoe circulariteit kan worden versneld door betere, slimmere en toekomstbestendige ruimte te bieden. De studiereis is bedoeld voor professionals die werken aan ruimtelijk-economische ambities binnen de circulaire transitie. Bekijk hier het volledige programma.

Wethouder Susanne Schilderman verwoordt die rol als volgt: ‘Lage Weide is de machinekamer van Utrecht, gevestigd in het hart van Nederland. Hier gebeurt het werk dat onze groeiende, circulaire stad draaiende houdt. Deze visie laat zien hoe we ruimte blijven bieden aan bedrijven die essentieel zijn voor onze energievoorziening, onze bouwopgave en onze circulaire ambities.’

Volgens Schilderman vragen bereikbaarheid, klimaatadaptatie, energie, ruimtegebruik en circulariteit iets anders van de gemeente. ‘Als we hier ook in de toekomst ruimte willen bieden aan werk, vakmanschap en duurzame bedrijvigheid, dan moeten we nu samen nadenken over hoe dit gebied zich kan ontwikkelen.’

In een post op LinkedIN schrijft zij onder andere dat de komende 15 jaar naar schatting bijna 200 euro miljoen nodig is om Lage Weide toekomstbestendig te maken. ‘Dat is geen vaststaand bedrag en dit kunnen we niet alleen als gemeente. Dit vraagt om samenwerking met het Rijk, de provincie en de partijen op het terrein zelf. Het is een duidelijke ambitie die staat.’ In het Financieele Dagblad (FD) zegt Schilderman dat het verbeteren van de mobiliteit en vergroening van het terrein en de bedrijven de meeste investeringen zullen vergen.

Ruimteschaarste als vertrekpunt

Een centrale constatering in de Omgevingsvisie is dat ruimte op Lage Weide schaars is. Vrijwel alle kavels zijn uitgegeven en de leegstand is minimaal. Tegelijkertijd neemt de druk toe, onder meer door de groei van de stad, de energietransitie en de vraag naar logistieke ruimte. De gemeente verbindt deze schaarste expliciet aan de noodzaak om keuzes te maken: niet elke vorm van bedrijvigheid past bij de toekomstige rol van het gebied.

De visie kiest daarom voor actieve economische sturing. Het principe ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’ wordt daarbij leidend, met scherpere profielen per deelgebied en meer aandacht voor intensiever ruimtegebruik. Daarmee positioneert Utrecht ruimtebeleid nadrukkelijk als economisch instrument.

Circulaire economie vraagt ruimte

Een belangrijk inhoudelijk fundament onder deze keuzes is de circulaire economie. In de Omgevingsvisie stelt de gemeente dat circulaire processen meer fysieke ruimte vragen dan de huidige lineaire economie. Op basis van inzichten van het Planbureau voor de Leefomgeving gaat Utrecht uit van een extra ruimtebehoefte tot circa 40 procent, onder meer voor opslag, sortering, bewerking en logistiek van materialen.

Tegelijkertijd benadrukt de visie dat circulaire economie geen aparte sector is, maar een bedrijfsstrategie die in veel sectoren kan voorkomen. Met behulp van de R-ladder wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende typen circulaire activiteiten en hun ruimtelijke impact. Zware processen zoals recycling, herverwerking en energieterugwinning vragen om grootschalige kavels, hoge milieu categorieën en afstand tot woongebieden. Lichtere activiteiten zoals reparatie en hergebruik kunnen dichter bij de stad plaatsvinden.

Volgens de gemeente is Lage Weide bij uitstek geschikt om alle treden van deze ladder te huisvesten, verdeeld over de zes deelgebieden. Daarmee fungeert het terrein als een ‘biotoop’ voor circulaire bedrijvigheid, waarin clustering, nabijheid en uitwisseling van reststromen mogelijk zijn.

Logistiek en watergebonden locaties

De visie legt een sterke relatie tussen circulariteit en logistiek. Hergebruik en reparatie leiden tot meer materiaalstromen tussen stad en bedrijventerrein. Dat vraagt om bundeling van goederenstromen en een grotere rol voor vervoer over water en spoor. Met name watergebonden kavels krijgen hierdoor een strategische betekenis, mede omdat Utrecht zelf nauwelijks eindverwerkingscapaciteit heeft en afhankelijk is van verbindingen met verwerkers elders.

De Omgevingsvisie onderkent deze rol, maar de concrete spelregels voor het benutten en beschermen van deze locaties moeten nog worden uitgewerkt.

Werkgelegenheid expliciet meegewogen

Opvallend is dat de Omgevingsvisie circulaire economie expliciet koppelt aan werkgelegenheid. De gemeente wil op termijn circa 4.000 extra arbeidsplaatsen realiseren op Lage Weide, vooral voor mensen met een praktische en technische opleiding. Daarmee worden bedrijventerreinen neergezet als sociaal-economische pijlers van de stad, en niet alleen als functionele restlocaties.

Deze insteek krijgt waardering van Cees-Jan Pen, lector en expert op het gebied van bedrijventerreinen. In een reactie op LinkedIn noemt hij het sterk dat het sociaaleconomisch belang van bedrijventerreinen zo expliciet wordt benoemd. Tegelijkertijd plaatst hij kritische vragen bij de uitvoering. ‘Met deze investeringsimpuls zal er ook ruimte komen voor de Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht om bestaande locaties beter te benutten en wat hoger te bouwen. Wordt dat mogelijk? vraagt hij zich af. Ook is hij benieuwd naar ‘mogelijke afspraken, zeker met betrekking tot het benutten van locaties aan het water voor circulaire bedrijven’.

Daarnaast wijst Pen op een ontbrekende schakel in de visie: Ik mis de link met de hoge woningbouwambities en de mobiliteitsnoodzaak om juist nabij werk woningen te bieden voor toekomstige bewoners met een praktische en technische opleiding.’

De Omgevingsvisie Lage Weide 2040 laat daarmee zien dat Utrecht bedrijventerreinen nadrukkelijk positioneert als strategische ruimte voor economische en maatschappelijke transities. Door circulaire economie te koppelen aan fysieke ruimte, infrastructuur en werkgelegenheid maakt de gemeente scherpe keuzes in een context van schaarste. Tegelijkertijd wordt duidelijk dat de echte opgave ligt in de doorvertaling van deze visie naar concrete spelregels, investeringsbesluiten en ruimtelijke ingrepen. De mate waarin Utrecht daarin slaagt, bepaalt of Lage Weide daadwerkelijk kan uitgroeien tot de toekomstmachine die de gemeente voor ogen heeft.

Vijf lessen uit de Omgevingsvisie Lage Weide

1. Circulaire economie vraagt expliciet om ruimte
Circulariteit is een ruimtelijke opgave. Zonder voldoende kavels, milieuruimte en logistieke capaciteit blijven circulaire ambities abstract.
2. Ruimtebeleid is economisch beleid
Bij schaarste is sturen op bedrijven en functies onvermijdelijk. ‘Het juiste bedrijf op de juiste plek’ wordt een beleidskeuze.
3. Bedrijventerreinen zijn sociaal-economische pijlers
Werkgelegenheid, met name voor praktisch en technisch geschoolden, vormt een expliciete onderbouwing voor investeringen in bedrijventerreinen.
4. Water en spoor zijn strategische assets
Voor circulaire ketens zijn watergebonden en multimodaal ontsloten locaties cruciaal en vragen om bescherming en prioritering.
5. Visie vraagt om uitvoering
De kracht van de Omgevingsvisie zit in de richting. De echte test volgt bij intensiever ruimtegebruik, herstructurering en samenhang met wonen en mobiliteit.

bedrijventerrein circulaire economie