Woningbouw, functiemenging en ruimte voor lichtere bedrijvigheid dreigen in de knel te raken door het Zuid-Hollandse voorstel om ruimte voor bedrijven in hogere milieucategorieën te borgen. Daarvoor waarschuwen onder meer de wethouders van de gemeenten Delft, Leiden en Rijswijk. Ze willen dat de provincie pas op de plaats maakt.

‘In Delft zullen ongeveer 1700 woningen in de problemen komen door alleen alle regels voor deze hoge milieubedrijventerreinen', zei wethouder Maaike Zwart van Delft tijdens de inspraak over de herziening van het Zuid-Hollandse omgevingsbeleid. Ze toonde daarmee aan dat de voorgestelde regels voor bedrijventerreinen niet alleen de economie, maar ook andere ruimtelijke opgaven in de stad raken.

Zwart zei dat de nieuwe provinciale regels in Delft zullen gelden voor 153 van de 175 hectare bedrijventerrein. Daardoor zou op een groot deel van die locaties vooral ruimte moeten worden vrijgehouden voor bedrijven in de hoogste milieucategorieën, terwijl andere functies minder plek krijgen.

De provincie Zuid-Holland wil de schaarse ruimte behouden voor bedrijven in de zwaarste milieucategorieën. Juist daar wringt het volgens gemeenten en andere insprekers. In veel stedelijke gebieden is de ruimte schaars en moeten wonen, werken en voorzieningen steeds vaker naast elkaar of zelfs in één gebied worden ingepast.

Functiemenging

Nieuwe generieke regels kunnen ook menging van bedrijven met verschillende milieucategorieën bemoeilijken, doordat zij de beschikbare ruimte sterker vastleggen voor één type bedrijvigheid. ‘Dus dat betekent dat menging of intensiveren, dus bijvoorbeeld hoge milieucategorie op de begane grond en dan wat lager op de bovenste verdiepingen, niet meer kan.’

Ook zouden lichtere bedrijven elders in de stad een plek moeten krijgen. Volgens Delft is dat in de praktijk moeilijk uitvoerbaar. De gemeente waarschuwde daarnaast voor extra administratieve lasten voor bedrijven en voor de lokale overheid.

Ook economiewethouder Wietske Veltman van de gemeente Leiden uitte kritiek op de herziening van het omgevingsbeleid. Ze wees op het belang van gemengde werklocaties, zoals campussen en binnenstedelijke bedrijventerreinen, waar onderwijs, bedrijven, kantoren en andere stedelijke functies juist samenkomen.

‘U dwingt ons nu tot een concentratie van bedrijven met hoge hindercategorieën, ook op de campussen’, zei zij. Ook noemde zij stadsdistributie, garagebedrijven en schildersbedrijven als functies die niet goed in woonwijken passen, maar wel essentieel zijn voor de stedelijke economie.

Ruimtebehoefte zware bedrijven

En er zijn meer gemeenten die kampen met aankomende regels voor bedrijvigheid met een hoge milieucategorie. Wethouder Sandra van de Waart van Rijswijk waarschuwt ook dat de plannen grote gevolgen hebben voor bedrijventerreinen, zoals de Plaspoelpolder. 

‘Het planologisch uitsluiten van lichte bedrijvigheid op zware bedrijventerreinen klinkt op papier logisch. Maar in de praktijk, in Rijswijk en in andere gemeenten, ziet dat er anders uit. Veel bestaande panden in de Plaspoelpolder zijn simpelweg niet geschikt voor zware bedrijvigheid.’

‘Er zijn kleinschalige bedrijfsunits en gebouwen in een verkaveling die niet aansluit bij de ruimtebehoefte van zware bedrijven. Als lichte bedrijvigheid wordt uitgesloten, bestaat het reële risico dat panden leeg komen te staan.’

Wethouder Maarten Burggraaf van Dordrecht noemde namens de acht Drechtsteden dat er met het nieuwe omgevingsbeleid sprake is van een breuk in vertrouwen. Volgens hem gaat de provincie op de oude manier door. 

‘Extra wrang is dat we juist nu via andere trajecten proberen te bouwen aan een nieuwe manier van werken. En die nieuwe manier van samenwerken vraagt om vertrouwen in regionaal en lokaal maatwerk.’ 

Burggraaf noemde bijvoorbeeld dat de nieuwe plannen schuifruimte onmogelijk maakt. Daardoor komen andere ruimtelijke ontwikkelingen in gevaar. ‘Daarom vragen we om een beweging van nee, tenzij naar ja, mits.

Weerbarstige praktijk

De provincie houdt in de herziening vast aan het uitgangspunt dat ruimte voor zware milieucategorieën en watergebonden bedrijvigheid bescherming nodig heeft. Tegelijk staat in de reactie op zienswijzen dat per saldo wordt gezocht naar een balans tussen beschermen, mengen en beter benutten.

Daarmee erkent de provincie impliciet dat de praktijk weerbarstiger is dan een generieke beleidslijn suggereert. ‘Het provinciale beleid is er niet op gericht om uitgifte of gewenste ontwikkelingen onnodig te blokkeren, maar om schaarse milieugebruiksruimte en strategische werklocaties te beschermen en doelgericht in te zetten', stelt de provincie in een reactie op de zienswijze van Delft.

‘Binnen de Omgevingsverordening is ruimte voor maatwerk, mits wordt aangetoond dat de ontwikkeling past binnen het profiel van het terrein, de milieugebruiksruimte van bestaande en toekomstige bedrijven niet wordt beperkt en regionale afspraken worden gerespecteerd.’

‘De provincie herkent de zorgen van de gemeente Delft en deelt het belang van een zorgvuldige en uitvoerbare uitwerking van het beleid.’ Het uitgangspunt is: mengen waar kan, scheiden waar moet, aldus de provincie. 

Herziening aangepast

Ook over de zorgen over woningbouw is de provincie concreet: ‘Het voorgestelde beleid mag niet leiden tot het vervallen van geplande woningbouwplannen.’ Volgens de provincie is de tekst van de herziening op dat punt aangepast. 

Zo wilde de provincie een ‘attentiegebied’ rondom zware bedrijventerreinen van 300 meter introduceren. Daarbinnen mogen geen nieuwe gevoelige functies, zoals wonen, worden gerealiseerd. Dat nuanceert de provincie nu. Er is maatwerk mogelijk, mits gewaarborgd is dat de beschermde milieugebruiksruimte niet afneemt.

‘Daarbij blijft het uitgangspunt dat de regeling wordt toegepast op basis van de planologisch toegestane milieugebruiksruimte en dat ruimte blijft voor een zorgvuldige afweging in het omgevingsplan.’ 

In het plan staan ook veel andere maatregelen, zoals over woningbouw, landelijk gebied en windmolens. Ook daar kwamen veel zienswijzen op en spraken veel mensen op in. 

De Provinciale Staten moeten nog debatteren over de herziening. Dat debat vindt naar verwachting begin juni plaats.

bedrijventerrein verdichting bedrijfsruimte