In zijn vaste rubriek Toegevoegde Waarde analyseert Gerlof Rienstra ditmaal de economische ontwikkeling van twee Friese regio’s: Noord- en Zuidoost-Friesland. Hoewel deze aangrenzende regio’s geografisch dicht bij elkaar liggen, verschillen hun economische prestaties al jarenlang aanzienlijk. In dit artikel onderzoekt Rienstra de oorzaken van die verschillen. Traditiegetrouw sluit hij af met een ongevraagd beleidsadvies voor beide regio’s.
De gemeenten in Noord-Friesland kunnen worden onderverdeeld in drie subregio’s: Noordoost-Friesland, Noordwest-Friesland en de Friese Waddeneilanden. Noordoost-Friesland omvat de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel, Noardeast-Fryslân en Tytsjerksteradiel. Noordwest-Friesland bestaat uit Harlingen, Waadhoeke en Leeuwarden.
Na de coronapandemie herstelde de economie aanvankelijk, maar in 2023 en 2024 kromp de regionale economie opnieuw. Pas in 2025 werd weer een bescheiden groei gerealiseerd van 0,9 procent (CBS, mei 2026). De twee grootste subregio’s lieten daarbij hetzelfde patroon zien; alleen op de Waddeneilanden was in 2023 nog sprake van economische groei.

Het bbp per inwoner blijft in Noord-Friesland steken op circa 70 procent van het Nederlandse gemiddelde (62.381 euro). Verschillende factoren verklaren deze achterstand en de relatief lage economische groei. Zo telt de regio relatief weinig exporterende bedrijven, met uitzondering van Harlingen en Achtkarspelen. Leeuwarden kent daarentegen een relatief hoog aantal bedrijfsoprichtingen, terwijl de overige gemeenten daarin achterblijven. Positief is dat zich in de regio relatief veel snelgroeiende bedrijven bevinden, wat perspectief biedt voor de toekomst (CBS, juni 2026).
Open arbeidsmarkt met veel werkforensen
De arbeidsmarkt van Noord-Friesland is sterk verweven met de omliggende regio’s. Van de werkzame inwoners werkt 69 procent binnen de eigen regio. Zuidoost-Friesland is met circa 16.500 forensen in 2024 veruit de belangrijkste bestemming buiten het gebied. In omgekeerde richting pendelden ongeveer 9.000 werknemers vanuit Zuidoost-Friesland naar Noord-Friesland. Ook met Zuidwest-Friesland bestaan intensieve arbeidsmarktrelaties: 6.800 inwoners reizen dagelijks die kant op, terwijl 8.100 werknemers vanuit Zuidwest-Friesland in Noord-Friesland werkzaam zijn.
De economische structuur van Noord-Friesland wordt gedomineerd door landbouw, industrie, financiële dienstverlening en overheid. Binnen de industrie zijn vooral de voedings- en genotsmiddelenindustrie, de bouwmaterialenindustrie en de overige ambachtelijke industrie sterk vertegenwoordigd.
De industrie vervult bovendien een centrale rol in de regionale economie door de intensieve onderlinge leveringen van goederen aan onder meer de bouw en de landbouw. Ook de verhuur- en overige zakelijke dienstverlening vormt een belangrijke schakel voor zowel de industrie als de dienstensector.
Doorbreken ‘Friese paradox’
Hoewel Noordwest-Friesland op het gebied van brede welvaart bovengemiddeld scoort op sociale indicatoren als welzijn, levenstevredenheid, woontevredenheid, sociale samenhang en veiligheid, blijft de regio economisch achter. Het inkomen, het opleidingsniveau en het bbp per inwoner liggen onder het landelijke gemiddelde. Deze combinatie staat bekend als de 'Friese paradox' (bron: Public Result). Om deze achterstand te verkleinen is een investeringsprogramma ontwikkeld langs vier programmalijnen: Innovatie en Ondernemerschap, Onderwijs en Arbeidsmarkt, Versterking van het woon- en vestigingsklimaat en Slimmer Samenwerken. Voor deze aanpak is in totaal 26 miljoen euro beschikbaar. Op basis van benchmarks met vergelijkbare Nederlandse regio’s verwacht Public Result dat dit kan leiden tot een structurele directe economische impact van ongeveer 70 miljoen euro. Daarnaast voorziet het bureau een stijging van het opleidingsniveau van de beroepsbevolking, een toename van de toegevoegde waarde per inwoner met circa 30 procent en een groei van de arbeidsparticipatie met ongeveer 5 procent. Daarmee zou een belangrijke stap kunnen worden gezet richting het doorbreken van de Friese paradox.
Ongevraagd beleidsadvies Noord-Friesland
- Versterk de economische structuur van de gehele regio, die momenteel nog te afhankelijk is van Leeuwarden;
- Vergroot de arbeidsproductiviteit en het inkomensniveau door meer ruimte te bieden aan de maakindustrie en de zakelijke dienstverlening, waaronder ICT;
- Koester de sterke sociale kwaliteit van de regio, maar zorg ook voor voldoende ruimte voor snelgroeiende bedrijven zodat zij hun economische waarde in de regio behouden.
De economische situatie in Zuidoost-Friesland laat een heel ander beeld zien. Deze regio bestaat uit de gemeenten Smallingerland, Heerenveen, Opsterland, Weststellingwerf en Ooststellingwerf.
Waar veel Nederlandse regio’s in 2024 nog een bescheiden groei of zelfs krimp lieten zien, groeide de economie van Zuidoost-Friesland in 2025 met maar liefst 4,7 procent, tegenover 1,6 procent een jaar eerder. Volgens voorlopige cijfers van het CBS was dit de hoogste regionale economische groei van Nederland. De sterk vertegenwoordigde industriesector, die in 2025 ook landelijk een belangrijke groeimotor vormde, leverde daaraan ongetwijfeld een belangrijke bijdrage.
Landbouw, industrie, bouw en zorg behoren zowel qua toegevoegde waarde als economische betekenis tot de belangrijkste sectoren van de regio. Vooral de industrie speelt een dominante rol en is nog sterker verweven met andere sectoren dan in Noord-Friesland.
Binnen de regio nemen Smallingerland en Heerenveen een leidende economische positie in. Hier bevinden zich relatief de meeste exporterende bedrijven en snelgroeiende ondernemingen. Daar staat tegenover dat het aantal nieuwe bedrijfsoprichtingen achterblijft bij bijvoorbeeld Leeuwarden.
Ook op het gebied van brede welvaart presteert Zuidoost-Friesland over het algemeen iets beter dan Noord-Friesland. Alleen het relatief lage besteedbare inkomen van gemiddeld 35.200 euro vormt een aandachtspunt.
Van de werkzame beroepsbevolking werkt 59 procent binnen de eigen regio. Noord- en Zuidwest-Friesland zijn de belangrijkste bestemmingen voor uitgaande werkforensen.
Om de regio toekomstbestendig te maken willen de vijf gemeenten samen met bedrijven en maatschappelijke organisaties een Strategische Alliantie Zuidoost-Fryslân vormen. Deze organisatie krijgt een eigen bestuur en uitvoeringsorganisatie die regionale projecten ontwikkelt en aanstuurt. De aandacht richt zich daarbij vooral op wonen, basisvoorzieningen, sociale samenhang en mobiliteit.
Ongevraagd beleidsadvies Zuidoost-Friesland
- Versterk de ondervertegenwoordigde commerciële dienstensector om de regionale economie beter in balans te brengen en schommelingen in de economische groei te dempen.
- Gezien hun dominante positie en de sterke arbeidsmarktverbindingen ligt een strategische alliantie tussen Drachten, Heerenveen en Leeuwarden (‘DHL-driehoek’) voor de hand;
- Het relatief lage besteedbare inkomen wijst erop dat de regio behoefte heeft aan meer hoogwaardige economische activiteiten, óók binnen de industrie.